ECLI:NL:RBZWB:2016:1786
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van rijvaardigheid wegens vermoedens van fraude bij praktijkexamen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het CBR tot intrekking van haar verklaring van rijvaardigheid, gebaseerd op vermoedens van fraude bij het praktijkexamen. Het CBR baseerde het besluit op een politieonderzoek waarbij indicatoren zijn gehanteerd om te bepalen of kandidaten ten onrechte zijn geslaagd. Eiseres ontkent betrokkenheid bij fraude en stelt dat de aanwijzingen onvoldoende zijn.
De rechtbank oordeelt dat het CBR bevoegd is tot intrekking van de verklaring, ook zonder expliciete wettelijke grondslag, en dat de bewijslast bij het CBR ligt. De rechtbank acht het CBR terecht uitgegaan van de indicatoren en concludeert dat vier indicatoren op eiseres van toepassing zijn, waaronder het afleggen van examen bij een verdachte examinator via een verdachte rijschool, de grote afstand tussen woonplaats en examenlocatie, en het wisselen van rijschool na meerdere mislukte examens.
De rechtbank vindt dat het CBR in redelijkheid van zijn intrekkingsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Het algemeen belang van verkeersveiligheid weegt zwaarder dan het persoonlijke belang van eiseres. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het intrekken van haar verklaring van rijvaardigheid wordt ongegrond verklaard.