Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was formeel bestuurder van een BV die failliet ging en waarbij loonbelastingschulden onbetaald bleven. De Belastingdienst stelde hem aansprakelijk op grond van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 vanwege het niet voldoen aan de meldingsplicht betalingsonmacht.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende feitelijk het beleid voerde en daarmee bestuurder was. De BV heeft geen melding betalingsonmacht gedaan, waardoor het vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur bij de bestuurder geldt. Belanghebbende kon dit vermoeden niet weerleggen, omdat hij zelf verklaarde bewust geen melding te hebben gedaan.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende terecht aansprakelijk is gesteld voor de onbetaalde loonbelasting over oktober en november 2012 ter hoogte van €128.559. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor de onbetaalde loonbelasting.