Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 15 oktober 2015 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser1] , te [woonplaats] , eiser,
[naam eiser2] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr.drs. B.F.J. Bollen), en
[naam eiser3] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. J.T.F. van Berkel),
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
Derde partij: [naam persoon1] , te [woonplaats] (gemachtigde: mr. H.J.M. Besselink).
Procesverloop
Overwegingen
Voorgeschiedenis
Standpunten van partijen
Wettelijk kader
Ontvankelijkheid van de beroepen
Bespreking van de beroepsgronden
Conclusies
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- gelast het college binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze een nieuwe beslissing op de aanvraag te nemen, met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college bij (de voorbereiding van) de beslissing op die aanvraag het bepaalde in de artikelen 3:11 tot en met 3:16 van de Awb niet in acht hoeft te nemen;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 167 aan [naam eiser1] te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 167 aan [naam eiser2] te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 167 aan [naam eiser3] te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van [naam eiser2] tot een bedrag van € 980;
- veroordeelt het college in de proceskosten van [naam eiser3] tot een bedrag van € 980.