Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
kennisgeving op bezwaar’, aan belanghebbende schrijft de inspecteur onder meer het volgende in verband met de correctie van € 400.000:
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
“ Voor de toepassing van het Verdrag op enig moment door een Verdragsluitende Staat heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Staat aan die uitdrukking wordt gegeven.”
“stuklopers”.De rechtbank is van oordeel dat met dat rapport – zonder nadere toelichting – niet aannemelijk is gemaakt dat de aanmaning naar belanghebbende is verzonden. Niet ondenkbaar is dat de aanmaning tot die stuklopers heeft behoord en niet is verklaard hoe met stuklopers wordt omgegaan. De verzuimboete is dan ook ten onrechte opgelegd.
5.Proceskosten
6.Schadevergoeding
€ 1.500 vergoeden, de Minister € 500.
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar tegen de aanslag ib/pvv voor zover de uitspraak betrekking heeft op de ib en tegen de boete;
- vermindert de aanslag ib/pvv tot een aanslag waarbij de ib wordt berekend naar een inkomen uit werk en woning van € 18.369 met handhaving van de pvv op € 9.839;
- vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig
- vernietigt de boetebeschikking;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 918;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: