Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
f100.000. Niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende ook werkzaamheden buiten Nederland verrichte. Belanghebbende was premieplichtig voor de volksverzekeringen omdat hij ter zake van de in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting was onderworpen (artikel 6, eerste lid AOW e.a.). Hetgeen is overwogen voor de inkomstenbelasting geldt dan ook voor de pvv.
5.Proceskosten
6.Schadevergoeding
7.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 600.000 waarvan f 500.000 te belasten naar een tarief van 25%, en vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 612.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: