Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was tot eind 2006 in dienst bij zijn werkgever en sloot een vaststellingsovereenkomst met recht op prepensioen (FPU). Na een civiele procedure die de overeenkomst handhaafde, ontving hij in 2011 het prepensioen over de jaren 2007 tot en met 2010 in één keer.
De inspecteur legde over het gehele bedrag in 2011 inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen op. Belanghebbende stelde dat het prepensioen over 2007-2010 in die jaren vorderbaar en inbaar was en dus toen belast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het prepensioen in die jaren niet vorderbaar en inbaar was, omdat belanghebbende zelf de procedure had kunnen stoppen en daarmee de vorderbaarheid had kunnen doen intreden. Hierdoor was het bedrag terecht in 2011 belast. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het prepensioen wordt in 2011 belast.