Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
,
1.Beslissing
2.Gronden
€ 600
-/- drempel € 636
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende verbleef in 2012 in een niet-AWBZ-zorginstelling en betaalde aanzienlijke zorgkosten, waarvan een deel werd vergoed via een persoonsgebonden budget (PGB). In haar aangifte inkomstenbelasting nam zij specifieke zorgkosten in aftrek die zij niet volledig kon onderbouwen met bewijsstukken.
De inspecteur corrigeerde de aftrekposten en handhaafde de aanslag na bezwaar, omdat belanghebbende onvoldoende specificatie en bewijs leverde van de zorgkosten die niet via het PGB waren vergoed. De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat het zorgkantoor kosten als zorgkosten accepteert, niet betekent dat deze kosten ook aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting.
Belanghebbende kon niet aantonen waarom niet alle betaalde zorgkosten via het PGB werden vergoed en leverde geen inzicht in de kostenverdeling tussen zorg en overige diensten. Ook werden medicijnkosten en vervoerskosten niet aannemelijk gemaakt als specifieke zorgkosten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat afspraken met andere zorginstellingen niet automatisch gelden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2012 blijft gehandhaafd.