ECLI:NL:RBZWB:2015:2682
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Vordering Dexia toegewezen wegens verjaring vernietigingsbevoegdheid effectenleaseovereenkomst
Gedaagde sloot in 1994 en 1999 twee effectenleaseovereenkomsten af met Dexia, waarbij de tweede eindigde in verlies. De echtgenote van gedaagde vernietigde in 2006 de tweede overeenkomst wegens het ontbreken van haar toestemming, zoals vereist volgens art. 1:88 en Pro 1:89 BW. Dexia stelde dat deze vernietigingsbevoegdheid reeds was verjaard op het moment van ontvangst van de vernietigingsbrief.
De rechtbank overwoog dat de verjaringstermijn van drie jaar ex art. 3:52 BW Pro begint te lopen vanaf het moment dat de vernietigingsbevoegde daadwerkelijk bekend is met de bevoegdheid tot vernietiging. Uit jurisprudentie blijkt dat onbekendheid met de juridische kwalificatie van de overeenkomst niet tot uitstel van verjaring leidt. De echtgenote was op de hoogte van het beleggingselement en had voldoende aanleiding om zich te informeren.
Daarom stond de vernietigingsbevoegdheid haar vanaf het aangaan van de overeenkomst ten dienste en was deze in 2006 verjaard. De vernietiging had geen rechtsgevolg en gedaagde had geen vordering uit onverschuldigde betaling. Dexia werd in het gelijk gesteld en gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Dexia toe omdat de vernietigingsbevoegdheid van de echtgenote was verjaard.