ECLI:NL:RBZWB:2015:2064
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens hennepkwekerij ondanks minderjarige kinderen
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om hun woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij. Hoewel verzoekers stelden dat op het moment van politie-inval geen handelshoeveelheid softdrugs aanwezig was en zij met minderjarige kinderen wonen zonder alternatieve woonruimte, oordeelde de voorzieningenrechter anders.
Uit het politieonderzoek bleek dat er op 7 januari 2015 een niet in werking zijnde hennepkwekerij werd aangetroffen met 257 potten met verse aarde en afgeknipte hennepstengels waarop hars zichtbaar was. Verzoeker gaf aan de planten op 5 januari te hebben verwijderd, maar dit verhaal werd niet aannemelijk geacht vanwege de achtergebleven materialen en het feit dat ook niet volgroeide planten onder de definitie van hennep vallen.
De burgemeester was bevoegd tot sluiting omdat sprake was van een handelshoeveelheid hennep bestemd voor verkoop. De beleidsregels voorzien in sluiting bij een tweede overtreding binnen twee jaar. De belangen van minderjarige kinderen en het ontbreken van alternatieve woonruimte werden meegewogen, maar vormden geen bijzondere omstandigheden die afwijken van het beleid rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekers over voldoende financiële middelen beschikken om alternatieve woonruimte te vinden en dat de burgemeester een actieve zorgplicht heeft vervuld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wegens hennepkwekerij wordt afgewezen.