Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
als de verdediging er in dat stadium al bij zou worden betrokken dan gooi je als officier van justitie je eigen glazen in.”De officier van justitie heeft er dus bewust voor gekozen om de verdediging bij dit verhoor buitenspel te zetten en de verdediging niet van het verhoor in kennis te stellen.
“Er is gezegd dat mijn verklaring een kluisproces-verbaal zou zijn. Ik kon daardoor alles zeggen wat ik wilde zonder dat de verdachte het zou lezen.”De getuige was dan ook oprecht verontwaardigd dat haar verklaring op een later moment naar buiten werd gebracht. Dat de getuige in aanwezigheid van de verdediging op 13 maart 2014 ‘anders’ zou hebben verklaard blijkt uit haar verklaring in het (tweede) verhoor bij de rechter-commissaris op 22 september 2014:
“Als ik van tevoren had geweten dat die verklaring niet afgeschermd zou worden, dan zou ik vermoedelijk minder uitgebreid en gedetailleerd hebben verklaard dan dat ik op 13 maart 2014 heb gedaan.”
“door te wijzen op het naar inschatting van het Openbaar Ministerie reële gevaar voor collusie indien één of meer verdachten vooraf kennis zouden dragen van dit getuigenverhoor. Daarnaast is het niet in het belang van het onderzoek te achten als verdachten reeds voorafgaand aan het nog te houden politieverhoor kennis zouden dragen van de inhoud en daarmee de reikwijdte van dit bij de rechter-commissaris af te leggen getuigenverhoor.”
van oordeel is dat de vordering kan worden toegewezen op de gronden, op de wijze en onder de voorwaarden als door de officier van justitie in vorenbedoelde vordering is aangegeven.”
4.De beoordeling van het bewijs
Hennepkwekerij. [adres slachtoffer] Sint Maartensdijk. Op dit adres woont de heer [slachtoffer]. Zijn woning staat vol hennep de bedoeling om voor 10 juni te oogsten.”Melder heeft het zelf waargenomen.
Er waren aan het lichaam twee perforatieopeningen met het aspect van een schotverwonding, gelokaliseerd linksvoor aan de hals op 150 cm van de voetzolen en circa 4 cm van het midden een perforatie van circa 1,6 x 0,9 cm en linksboven aan de rug op 131 cm van de voetzolen en circa 15 cm links van de achterwaartse middellijn een perforatie van circa 1,5 x 0,8 cm. Aan het gestrekte lichaam was een schotkanaal te herleiden, van linksvoor en boven naar linksachter en voetwaarts. In het schotkanaal waren de weke delen van de hals geraakt, de ondersleutelbeenader, de borstkas linksboven, de linkerlong bovenkwab en de borstkas linksachter ter plaatse van de 5e rib. Het schouderblad was daarbij geperforeerd. Er was circa 800 ml bloed in de linkerborstkas en de linkerlong was samengevallen. In de rugspieren links waren uitgebreide bloeduitstortingen naast het schotkanaal. Er waren bleke bloedarme inwendige organen. Het overlijden wordt zonder meer verklaard door massaal bloedverlies en daardoor functieverlies van de vitale organen als gevolg van de schotverwonding.
“Ja het zijn ook heel wat planten”. [verdachte] had in de growshop gehoord dat het een dure soort was en had [slachtoffer] horen zeggen:
“Straks zit ik er warmpjes bij en kan ik naar mijn vrouwtje (in) Cuba.”[verdachte] berekende op grond van zijn eigen hennepkweekervaring dat [slachtoffer] in juni weer een kwekerij kon starten. Omdat hij het niet kon hebben dat [slachtoffer] in één keer geld zou hebben en hij het zelf financieel slecht had, besloot hij tot het doen van de MMA-melding.
“Jij zegt: “Ik heb die .22 nog bewaard”
“Die andere, die heb ik weg geflikkerd”
“Wahh?”
“Ja dat waren zo maar 20 stuks, 15 stuks”
“Huhhh? Waar heb je dat nou weer weggeflikkerd?”
“In het water, Ik gooi alles in het water, dan vinden ze ook niet terug ook’
“Hartstikke gek, waar in het water?”
“Bij ons in het kanaal”.
“Als [medeverdachte] een schoenendoos ziet dan hangt hij er een lamp in.”
Ik heb getracht [naam advocaat] te bereiken. Ik wil dat hij [medeverdachte] gaat verdedigen in Middelburg.”
Ik heb [slachtoffer] zien sjouwen met zakken potgrond. Op basis daarvan heb ik berekend wanneer hij zou gaan oogsten. [medeverdachte] heeft het er in het algemeen over gehad dat hij het plan had om [slachtoffer] te rippen. [medeverdachte] bleef hameren over die kwekerij. Ik dacht dan kan [slachtoffer] beter gepakt worden met die kwekerij dan dat er wat ergs gebeurt. [medeverdachte] was steeds meer aan het zeiken over geld. Het wiethok dat bij [slachtoffer] stond was van [eigenaar bedrijf]. Ik weet dat van [medeverdachte]. [medeverdachte] wist meer van de hoeveelheid planten, opbrengst en geld bij [slachtoffer]. [medeverdachte] zei tegen mij: We gaan die planten halen bij die gekke [slachtoffer]. Dan hebben we geld zei [medeverdachte]. Ik heb nee tegen [medeverdachte] gezegd.”[verdachte] verklaart dat hij [medeverdachte] de ochtend en de avond van de 7e juni nog had gezien. [medeverdachte] was gejaagd. Hij zei:
“Binnen nu en twee weken moet het eraf, je kan het beter te vroeg hebben als te laat. [medeverdachte] stond te springen om te gaan rippen.”[verdachte] was daarom van mening dat de MMA-melding snel gedaan moest worden.
“Ze heeft een lezing gehad van ene [naam advocaat] en ze zei tegen mij dat ik daar misschien gebruik van kan maken, van die [naam advocaat].”
“.. het is toch echt waar hoor dat [verdachte] er een doodgeschoten hebt … en als het mot, en als het weer mot, zegtie, dan doe ik het weer.”Desgevraagd verklaart [getuige 4] dat hij dit misschien met zijn zatte kop heeft gezegd. Hij zegt dat hij dagelijks een krat drinkt en daar ‘s-morgens al mee begint.
“Er is er één gevonden in zijn huis, er is er 1 omgelegd in Sint Maartensdijk.”Toen [getuige 6] hem vroeg wie dat gedaan had zei [verdachte] dat hij dat niet wist om hem vervolgens lachend een knipoogje te geven.
“[medeverdachte] stil zwyg”is geschreven.
Ik weet dat deze behandeling effect heeft op het geheugen. Ik weet niet of PTSS effect heeft op het geheugen.” Zij kan op vele vragen niet of niet volledig antwoorden omdat zij geen herinnering meer heeft aan die haar voorgehouden feiten.
“Ik heb hier over vooral in grappende zin met vrienden gesproken. Zo van: dat loop ik toch weer eens even mis. Ik heb ook gezegd: had ik dat maar voor mijn eerste verklaring gezegd. In mijn contacten met de politie kan de beloning best genoemd zijn maar dat weet ik gewoon niet meer. Het was voor mij niet de reden om de tweede verklaring af te leggen. Als u mij vraagt of ik aan de politie of het openbaar ministerie heb gevraagd of ik aanmerking kwam voor de beloning dan zeg ik dat dat niet zo is. Althans dat weet ik niet meer. Dat klinkt misschien stom maar ik weet het gewoon niet. Ik heb er niet om gevraagd maar als het OM zegt “[getuige 1], prima gedaan, hier heb je de beloning” dan zeg ik geen nee.”Op de vraag of zij aanspraak maakt of gaat maken op deze beloning antwoordt zij dat zij daar nog niet over heeft nagedacht, maar dat zij er maar eens over moet gaan nadenken nu er zo op dat onderwerp wordt ingegaan.
Ik bedoel daarmee zowel de inhoud als de procedure, de verhoren en zo. Als u mij zegt dat [medeverdachte]’s moeder vandaag heeft verklaard dat zij mij samen met [medeverdachte] heeft zien lezen in het strafdossier dan was het dus samen met [medeverdachte]. Haar verklaring past bij mijn vermoeden dat ik het dossier bij hen heb ingezien.”
Het kan zijn dat ik mij nu iets herinner van het gesprek maar het kan ook zijn dat ik mij nu iets herinner van het voorgaande verhoor. Ik durf daarom geen antwoord te geven. Ik kan mij niet herinneren dat ik zelf de maatregelen heb gezien die u nu bedoelt.”
“[medeverdachte] heeft dit gedaan en ik vermoed dat [verdachte] dit ook heeft gedaan. Ik denk dat [medeverdachte] mij dit heeft verteld maar dat weet ik niet zeker meer.”
Dit was niet bij alle gesprekken zo. Het was alleen wanneer hij het over wat hij noemde “zaken” ging hebben. Hij zei dan voordat we naar buiten gingen dat ik mijn telefoon achter moest laten of hij liet dat op een andere manier merken… Het kon zowel gegaan over zaken die al gepleegd waren als over zaken die nog gepleegd moesten worden. Met zaken werd meestal bedoeld dat het ging over weed maar het kon ook gaan over anabolen.”
“Dit is iets wat ik zeker weet al kan ik niet vertellen wat de bron is van mijn wetenschap.”Haar aanname dat [medeverdachte] en [verdachte] met de Caddy zijn gegaan is gebaseerd op haar wetenschap dat zij daar magneetstickers vanaf hebben gehaald in het kader van het bezoek aan Sint Maartensdijk.
Dat betekent dat ik mensen dan ook meteen in die situatie zie en dat ik een beeld heb, zoals nu, van de trap en de positie van [slachtoffer] op die trap zonder dat ik mij herinner of ik daar echt iets over gehoord heb. Ik stel mij ook voor dat er een bocht zit in die trap. Ik weet dan dus niet zeker of het mijn fantasie is of informatie die ik daadwerkelijk heb gekregen. Op een vraag van de officier van justitie zeg ik dat ik denk dat [medeverdachte] niet heeft verteld of [slachtoffer] op de trap stond toen er werd geschoten.”
“op enig moment in Nijmegen op internet heeft gezocht naar informatie over de dood van [slachtoffer] … Wanneer dat was weet ik niet meer maar het was sowieso nadat ikvan iemandhad gehoord over de dood van [slachtoffer]”. Gevraagd wordt wie “die iemand” was? Zij verklaart:
“Ik vind dit ook dubieus. Ik vind dit zelf tegenstrijdig met wat ik mij herinner als het eerste moment waarop ik vernam van de dood van [slachtoffer] namelijk zoals ik vandaag eerder verklaarde het bericht op teletekst dat ik in de woning van [verdachte] heb gezien. Ik kan dit verder niet ophelderen.”
Dit is wat ik mij nu herinner”.
“Ik herinner mij nu dat de telefoons wel eens meegingen en dat de batterij eruit werd gehaald maar dat de telefoons ook wel eens thuis werden gelaten.”
“Voor zover ik mij herinner wist ik niet dat ze naar [slachtoffer] zouden gaan.”
“Wat is de reden dat je hier gekomen bent?”heeft verklaard:
“Omdat ik wil dat degene die om me heen staan er buiten blijven”. Op de vraag wat zij daarmee bedoelt, of [medeverdachte] of [verdachte] mensen die om haar heen staan lastig vallen, verklaart zij:
“Ik doelde hiermee op de omstandigheid dat er doorzoekingen zijn geweest bij mijn ouders en bij mijzelf en ze kwamen bij mijn vriend omdat ik daar toen was. Ik doelde hier mee niet op incidenten met [medeverdachte] en [verdachte] want die zijn er niet geweest.”
Bij de rechter-commissaris op 13 maart 2014 verklaart u: “Ik wist niet eens dat [verdachte] ook vast heeft gezeten”. Vervolgens vraagt de officier van justitie hier op door en dan verklaart u prompt: ”Ik wist wel dat [verdachte] vastgezeten had”. Een paar zinnen verder verklaart u dat u het hele deel van het verhaal dat zag op het feit dat [medeverdachte] de schuld op zich zou nemen al helemaal vergeten was. In het begin van uw verklaring begon [medeverdachte] juist ermee om u dit te vertellen.Gevraagd wordt hoe zeker zij is van haar verklaring. Zij verklaart:
- dat er op [slachtoffer] is geschoten met bijzondere munitie;
- dat [verdachte] en [medeverdachte] zich ten tijde van het ten laste gelegde onder meer bezig hielden met het rippen van hennepkwekerijen en dat [medeverdachte] van plan was om ook de kwekerij van [slachtoffer] te rippen;
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.