Uitspraak
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De feiten en de gronden van het wrakingsverzoek
ene heer [oud-hoogleraar wetenschapsfilosofie].” Bedoelde
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer die zijn strafzaak behandelt. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de voorzitter eerder als lid van de enkelvoudige raadkamer de voorlopige hechtenis van de verdachte had opgeheven, waarbij volgens de verdachte sprake zou zijn van schijn van partijdigheid.
De verdediging stelde dat de rechter zich in de eerdere beslissing had uitgelaten over de schuldvraag en dat dit de onpartijdigheid zou aantasten. Tevens werd aangevoerd dat de voorzitter denigrerend had gereageerd op een door de verdachte ingediend rapport dat de undercoveroperatie betwistte.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de verdachte al op eerdere zittingen onder voorzitterschap van dezelfde rechter aanwezig was geweest en toen geen wraking had gevraagd. Ook was de tweede wrakingsgrond niet tegelijk met het eerste verzoek ingediend, wat wettelijk verplicht is. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard en het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd op 23 maart 2015 door drie rechters van de rechtbank Zeeland-West-Brabant genomen en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer is niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens niet-tijdige indiening en niet voldoen aan wettelijke vereisten.