ECLI:NL:RBZWB:2015:1524
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- G.J.E. Poerink
- B.F.Th. de Roos
- F.P.J. Schoonen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kinderrechter in ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarigen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die belast was met de behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van zijn minderjarige kinderen. Hij stelde dat de kinderrechter onpartijdig was doordat zij de gezinsvoogden van de William Schrikker Groep buiten zijn aanwezigheid had gehoord, waardoor hij geen kans had gehad hen onder ede te laten horen.
De kinderrechter berustte niet in het wrakingsverzoek en verwees naar veiligheidsredenen voor het afzonderlijk horen van de gezinsvoogden. Tevens werd de vraag opgeworpen of verzoeker, die niet met het gezag over de kinderen is belast, wel als belanghebbende kon worden aangemerkt voor het doen van een wrakingsverzoek.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker ten tijde van het wrakingsverzoek als belanghebbende werd aangemerkt en dus ontvankelijk was. De rechtbank stelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid. Het besluit van de kinderrechter om de gezinsvoogden buiten aanwezigheid van verzoeker te horen werd als begrijpelijk en binnen haar bevoegdheid beschouwd.
Verzoeker had bovendien niet eerst verzocht om de gezinsvoogden onder ede te horen voordat hij wraking aanvroeg. De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de behandeling van de zaken zou worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter is afgewezen en de behandeling van de zaken wordt voortgezet.