Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag landinrichtingsrente 2013, maar het bezwaarschrift bevatte geen duidelijke motivering van de gronden van het bezwaar. De inspecteur heeft belanghebbende meerdere malen verzocht het bezwaar te motiveren en gewezen op de consequenties van het niet-motiveren, maar belanghebbende heeft hier niet op gereageerd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het bezwaarschrift niet voldoet aan de eisen van artikel 6:5 Awb Pro, omdat niet blijkt wat er onjuist is aan de aanslag. Gezien het ontbreken van een gemotiveerd bezwaar en het feit dat belanghebbende voldoende gelegenheid heeft gehad om dit te herstellen, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard, heeft de rechtbank geen inhoudelijke beoordeling van de aanslag gemaakt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Beukers-van Dooren en openbaar uitgesproken op 24 december 2014 te Breda.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag landinrichtingsrente is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.