Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
gedetineerdin de penitentiaire inrichting Middelburg, locatie Torentijd,
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
goh is hij het wel echt?”Verder stelt hij dat de politie hem waarschijnlijk woorden in de mond heeft gelegd. Als voorbeeld daarvan noemt [medeverdachte] de naam van verdachte.
“Je wil het verhaal van vorig jaar weten zeker ook”,aldus verwijzend naar de brandstichtingen in 2012
.Desgevraagd heeft hij over die mededeling verklaard:
“Het enige verhaal over 2012 is, dat ik er niks mee te maken heb”.
“Daar ben ik enigszins verbaasd over. Dat had ik niet verwacht”.Op de daaropvolgende vraag waarom hij denkt dat verdachte zaken op hem zou willen afschuiven, heeft hij geantwoord:
“Omdat andere mensen net zo doen als ik zou doen”.
nietgezien dat hij de vuilniszak in brand stak. Zij heeft wel gezien dat verdachte nog een stapel oude kranten erop gooide en daarna heeft verdachte de politie gebeld.
nietheeft gezien dat verdachte een folder heeft aangestoken, maar alleen dat verdachte bij de voordeur stond. Anders dan in haar verklaring bij de politie verklaart zij dat zij
welheeft gezien dat verdachte de vuilniszak in brand stak voordat hij deze in de rolcontainer gooide. [getuige 1] verklaart evenwel ook dat zij, net als verdachte, iets in de rolcontainer zag gloeien alvorens verdachte daar de vuilniszak in stak. Zij verklaart over hun alcoholgebruik dat verdachte die avond
“een sloot bier”had gedronken en dat zij zelf zes boswandelingen had genuttigd.
nietop de plaats delict aanwezig was en zijn ontkenning over zijn betrokkenheid bij de feiten, hoewel hij
welop de plaats delict aanwezig was. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de enkele aanwezigheid van verdachte op de plaats delict geen concludent bewijs vormt van een strafbare betrokkenheid van verdachte bij het betreffende feit. Ook neemt de rechtbank daarbij in ogenschouw dat verdachte naar het oordeel van de geraadpleegde deskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC) te Utrecht reële lichamelijke klachten heeft wegens een spondylodese-operatie (vastzetten van rugwervels wegens verschuiving) een heupkop-operatie links, op 14 september 2012, en een operatie aan de rechterheup die nog moet volgen, ten gevolge waarvan verdachte naar zijn zeggen niet kan rennen of klimmen. Mede in dat licht beschouwd zal de rechtbank de ten laste gelegde feiten nader beoordelen. Waar nodig zal worden verwezen naar de betreffende pagina uit het onderliggende proces-verbaal van politie.
“Er is hier meer aan de hand, je banden zijn allemaal lek gestoken”.Een verbalisant ziet vervolgens dat de vier banden van de auto van [aangever 1] lek zijn gestoken (466). [aangever 1] doet hiervan aangifte (455).
Ga ze achterna”, wijzend in de richting van de aangrenzende straat, de [straatnaam 2]. Zij geven signalementen op van twee manspersonen. Op dat moment komt vanuit de richting van de [straatnaam 2] een persoon aanlopen. Het blijkt te gaan om [getuige 5]. Hij verklaart dat hij poolshoogte komt nemen van de ruzie die even daarvoor door zijn vrouw was waargenomen op het adres van verdachte, waarbij een manspersoon luid vloekend “Trut, Bitch” richting de woning van verdachte riep (562). Verbalisanten spreken verdachte en [medeverdachte] in de woning van verdachte. Verdachte en [medeverdachte] verklaren dat zij die avond in de kroeg in Oosterland waren belaagd door zes personen en buiten waren opgewacht door een groep jongeren waarna de kroegbaas hen naar huis had gebracht. Omstreeks 02.00 uur krijgen verbalisanten een melding van genoemde [getuige 5] die verklaart dat hij vijf jongens in de brandgang tegenover zijn woning heeft aangesproken die een klopjacht maakten op [medeverdachte]. Omstreeks 02.25 uur zien verbalisanten dat de lichten in de woning van verdachte niet branden en dat de gordijnen gesloten zijn. Om 2.50 uur branden de lichten weer en zijn de gordijnen geopend. Om 04.10 uur zijn de lichten weer uit en de gordijnen dicht. Omstreeks 05.05 uur krijgen zij de melding dat er brand is gesticht op de [straatnaam 1] en dat de schuurtjes van [adressen aangever 7, verdachte en aangever 8] in lichterlaaie staan (563).
Op 21 april, toen zijn schuur uitbrandde heb ik erop staan kijken. Ik kreeg te horen dat ik op de bank moest. Hij hield zijn t-shirt en spijkerbroek omhoog en vroeg wat sneller zou branden. Ik wees het t-shirt aan. Ik heb staan kijken bij het keukenraam. Ik zag hem die grijze rolemmer erin zetten. Er zat aardig wat troep in. Hij heeft die dingen erin gelegd en de fles erover leeg gegooid, de fles terpentine. Die heeft hij aangestoken en hij is een tijdje blijven kijken. Hij had de schuurdeur weer op haakje gedaan en kwam weer binnen. Hij deed zijn kleren in de wasmachine en ging douchen. Hij zei dat ik op de bank moest gaan liggen en moest wachten.”
nietgezien heeft dat verdachte de vuilniszak in brand stak respectievelijk dat zij
welheeft gezien dat verdachte de vuilniszak in brand stak voordat hij deze in de rolcontainer gooide, moeten vanwege die tegenstrijdigheid ervan, voor het bewijs buiten beschouwing blijven. Daarbij is voorts van belang de verklaring van deze getuige dat zij zich die nacht in kennelijke staat bevond (onder invloed van alcohol) in combinatie met de omstandigheid dat de verklaring geen steun vindt in enig ander bewijsmiddel.
Nu ben jij aan de beurt buurvrouw.”
Het kan zomaar zijn dat jouw schuurtje de volgende is(655).”
Ik loop via [medeverdachte]”Zij hoort dan geschreeuw: “
Auw auw auw, die klootzak”.Zij ziet [medeverdachte] staan in zijn onderboek en laarzen. [medeverdachte] zei: “
[verdachte] is verbrand.”Zij ziet en hoort dat [medeverdachte] 112 belt. Zij ziet [verdachte], helemaal bloot, onder de douche staan. In de douchebak ziet zij zijn spijkerbroek en zijn shirt. Zij ziet op zijn rechter onderarm los vel en blaren. Zij hoort de beide jongens veelvuldig vloeken en tieren. Zij vraagt wat er is gebeurd. [verdachte] zegt dat hij die klootzak bijna te pakken had. Als de politie en de ambulance arriveren ziet zij dat [verdachte] bij [medeverdachte] gaat zitten en hoort hem zeggen dat alles goed zal komen. Nadat [verdachte] met een ambulance is afgevoerd gaat zij met een politieagent mee naar de woning van [medeverdachte]. Daar ruikt zij een enorme benzinelucht. Zij doet de kledingstukken van [verdachte] en [medeverdachte] apart in vuilniszakken. In de kamer ligt een keukenmes. Het valt haar op dat een collega van de politieman daar veel aandacht voor heeft (705).
nietkan worden vastgesteld dat de beschadiging van de autobanden met dat keukenmes zijn veroorzaakt (808).
Met m’n armen een steekvlam afgeweerd.
(1) aan de pinkzijde van de onderarm en de vingers (m.u.v. duim) van de rechter arm: roodheid (1e graads brandwond) met op de pols drie diepe ontvellingen na verwijderde blaren (2e graads brandwonden) aan de handrugzijde bij de pols. (2) bij de elleboog rechts een brandwond met een haakse vorm, niet passend bij een steekvlam maar bij kontakt met een hoekig warm voorwerp.De arts merkt op dat het letsel voor een deel (1) te verklaren is door informatie betrokkene.
Toen we bij mij thuis zaten begon [verdachte] weer dat hij een grote brand als klapper wilde. Ik vroeg wat hij in gedachte had. Hij zei een hele grote fik. Iets waar op zijn minst 4 korpsen aan te pas moesten komen. Ik zei: ik wil zien, dat je het lef hebt. Hij stond op. Hij had mijn haar nog gedaan, had mijn messen geslepen en afgedaan en pakte een mes op en liep naar buiten. Ik hoorde 4 keer van pssssst. Dat waren dus 4 lekke banden, 2 auto’s. Hij komt terug naar binnen. Hij maakte het mes weer vettig met de borden. Hij komt tegenover me staan met het mes. Hij zei je werkt mee, je helpt me, zo niet, dan steek ik deze in je, dan ben je er binnen een kwartier aan. Hij legde het mes terug in de wasbak. De lichten gingen uit. 10 minuten gewacht en hij zei kom mee naar buiten. Ik heb niets gezegd, ik heb hem gevolgd. Ik heb niet gezegd dat ik niet wilde. Ik durfde dat niet.
5.De benadeelde partijen
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan alle hem tenlastegelegde feiten;