Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 2008-2009, waarin de inspecteur het liquidatieverlies van een tussenholding niet accepteerde. De kern van het geschil betrof de waardering van de deelneming in een Zwitserse dochtermaatschappij en de toepassing van artikel 13d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De rechtbank stelde vast dat het voor de heffing van vennootschapsbelasting in aanmerking te nemen eigen vermogen van de tussenholding op het moment van ontvoeging diende te worden vastgesteld op basis van de fiscale boekwaarde, waarbij goed koopmansgebruik niet verplichtte tot afwaardering naar de lagere werkelijke waarde. Vervolgens werd beoordeeld of het liquidatieverlies in aanmerking kon worden genomen, waarbij de waarde van de deelneming bij liquidatie moest worden vergeleken met de fiscale boekwaarde bij ontvoeging.
De rechtbank concludeerde dat er sprake was van een waardedaling van de deelneming, waardoor het liquidatieverlies niet aftrekbaar was. De ratio van artikel 13d, vierde lid, is immers om te voorkomen dat vrijgestelde verliezen door liquidatie aftrekbaar worden. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard.