ECLI:NL:RBZWB:2014:6010
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en proceskostenveroordeling tegen bewindvoerder wegens huurachterstand
In deze zaak vorderde eiser ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand. Na prejudiciële vragen aan de Hoge Raad werd geoordeeld dat de vordering tegen de bewindvoerder moest worden ingesteld, niet tegen de rechthebbende. Eiser trok de ontbindings- en ontruimingsvorderingen in, maar vorderde nog betaling van huur over januari en februari 2014.
De kantonrechter oordeelde dat de huur over januari 2014 verschuldigd was omdat de sleutels pas begin januari werden ingeleverd. De vordering over februari 2014, als schadevergoeding gezien, werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs dat de woning niet goed was opgeleverd. De huurachterstand werd toegewezen tot en met januari 2014, inclusief incassokosten en rente.
De verweren van de bewindvoerder werden verworpen, waarbij verwezen werd naar het arrest van de Hoge Raad van 7 maart 2014. De bewindvoerder werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en proceskosten. De vordering tot vergoeding van onnodige kosten wegens intrekking dagvaarding werd afgewezen.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand tot en met januari 2014, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.