Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Standpunten van partijen
2.Overwegingen
3.Beslissing
hoger beroep gegrond;
machtigtde officier van justitie om voeging van de thans onleesbaar gemaakte gedeelten uit het projectplan achterwege te laten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de rechter-commissaris die de vordering ex artikel 149b Sv had afgewezen. De beslissing betrof de toevoeging van een projectplan aan het dossier, waarbij bepaalde passages onleesbaar waren gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het projectplan door toevoeging aan het dossier een processtuk is geworden en dat het Openbaar Ministerie bevoegd was dit toe te voegen. De rechtbank stelde vast dat het onleesbaar gemaakte gedeelte informatie bevat over de onderzoeksopzet en werkwijze van politie en justitie, waardoor een zwaarwegend opsporingsbelang zich verzet tegen kennisneming door de verdediging.
Verder bepaalde de rechtbank dat het instellen van hoger beroep tegen een beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 149b Sv schorsende werking heeft, zodat de uitvoering van de bestreden beslissing wordt opgeschort.
De rechtbank verklaarde het hoger beroep gegrond en verleende machtiging om de onleesbaar gemaakte gedeelten van het projectplan niet te voegen. De beslissing werd genomen door de meervoudige raadkamer te Middelburg op 28 juli 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Openbaar Ministerie is gegrond verklaard en machtiging verleend om onleesbaar gemaakte gedeelten van het projectplan niet aan de verdediging te verstrekken.