ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3131
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen navorderingsaanslag wegens te hoge afschrijving onroerende zaak
Belanghebbende, een Nederlandse besloten vennootschap, heeft in haar vennootschapsbelastingaangiften over de jaren 2001 tot en met 2006 een afschrijving op een onroerende zaak toegepast die volgens de inspecteur te hoog was. De inspecteur stelde een correctie vast en legde navorderingsaanslagen op over de jaren 2005 en 2006. Belanghebbende betwistte deze correctie en stelde dat er geen sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende de afschrijving baseerde op een gebruiksduur van 20 jaar zonder restwaarde, terwijl een taxateur van de Belastingdienst een levensduur van 40 jaar en een restwaarde van 25% van de aanschafwaarde adviseerde. Belanghebbende kon haar stelling niet met stukken onderbouwen. De rechtbank achtte de correctie van de inspecteur terecht en vond dat de inspecteur geen vertrouwen had gewekt dat de afschrijving werd geaccepteerd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de omstandigheid dat de afschrijving over 20 jaar zonder restwaarde werd toegepast, een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigt. De heffingsrente was correct berekend en belanghebbende had geen gronden aangevoerd om deze te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wegens te hoge afschrijving wordt ongegrond verklaard.