ECLI:NL:RBZWB:2013:CA0864
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag en boete wegens hennepteelt na omkering bewijslast
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2006, inclusief een vergrijpboete van 50%, wegens niet opgegeven inkomsten uit een hennepkwekerij. De inspecteur had aannemelijk gemaakt dat belanghebbende een hennepkwekerij exploiteerde en inkomsten daaruit niet had vermeld, waardoor de bewijslast werd omgekeerd.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende had aangetoond dat de uitspraak op bezwaar onjuist was of dat het belastbaar inkomen te hoog was vastgesteld. De schatting van de opbrengsten uit hennepteelt door de inspecteur werd als redelijk beoordeeld, hoewel de boete werd gematigd tot 40% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €250 toegekend wegens de lange duur van de procedure.
De navorderingsaanslag werd verminderd van €148.296 tot €122.332, de boete van €33.303 tot €21.242, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade. De uitspraak bevestigt de toepassing van omkering van bewijslast bij niet-verantwoorde inkomsten en benadrukt het belang van redelijke termijn in belastingprocedures.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden verminderd en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.