ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ8810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting na onjuiste taxatie
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende per 1 januari 2009 vast op €401.000, wat leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2010. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze vaststelling en voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld, onderbouwd met een eigen taxatierapport van €380.000.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het taxatierapport van de heffingsambtenaar onjuiste uitgangspunten bevatte, zoals de onjuiste classificatie van aanbouwen en het niet meenemen van een grote verbouwing van een vergelijkingsobject. Ook ontbrak een adequate waardecorrectie voor verschillen in kwaliteit en ligging. Hierdoor kon de heffingsambtenaar zijn bewijslast niet waarmaken.
Belanghebbende kon zijn lagere waarde niet volledig aannemelijk maken, mede omdat een van de vergelijkingsobjecten te ver van de waardepeildatum was verkocht. De rechtbank bepaalde daarom in goede justitie de waarde op €390.000. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde de eerdere uitspraken op bezwaar. De aanslag werd verminderd op basis van de nieuwe waarde. Daarnaast werd het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel door belanghebbende aangevoerd, maar niet gehonoreerd wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €390.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.