ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ2383
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na rechtsgeldige intrekking vaststellingsovereenkomst belastingaanslagen
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2003 en 2006. Tijdens de procedure werd een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen belanghebbende en de inspecteur, waarbij belanghebbende de beroepen introk. Later verzocht belanghebbende de zaken opnieuw in behandeling te nemen, stellende dat de overeenkomst onder dwaling en dwang tot stand was gekomen.
De rechtbank oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig is gesloten. Er is onvoldoende bewijs dat sprake was van dwaling, aangezien de WOZ-waarden correct waren toegepast en niet door de inspecteur zelf waren vastgesteld. Ook is geen sprake van dwang, omdat belanghebbende voldoende gelegenheid had om zich te beraden en er geen ongeoorloofde pressie is aangetoond.
Daarmee is de intrekking van het beroep rechtsgeldig en zijn de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst proceskosten af en bevestigt dat partijen binnen zes weken hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking na geldige vaststellingsovereenkomst.