ECLI:NL:RBZWB:2013:BY7971
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Van Hooff
- De Baar
- Rechtspraak.nl
Verbod op interklinisch vervoer buiten regionale ambulancevoorziening om
Ziekenhuis Amphia en taxibedrijf BAS sloten een overeenkomst voor interklinisch vervoer van patiënten tussen ziekenhuislocaties, waarbij laagcomplexe zorg met ambulances werd uitgevoerd. RAV Brabant MWN stelde dat dit vervoer onder de Tijdelijke wet ambulancezorg valt en alleen door haar als regionale ambulancevoorziening mag worden uitgevoerd. Amphia en BAS voerden aan dat het vervoer niet onder deze wet valt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gebruikte voertuig als ambulance kwalificeert volgens de wet en dat het vervoer als ambulancezorg moet worden beschouwd. Omdat geen ministeriële vrijstelling was verleend, mag dit vervoer alleen in opdracht van de meldkamer van RAV Brabant MWN plaatsvinden. De voorzieningenrechter wees het verbod toe, met een overgangstermijn van zeven dagen en matiging van dwangsommen.
De rechtbank legde de kosten van het geding aan Amphia en BAS op en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee werd het monopolie van RAV Brabant MWN op ambulancezorg in de regio bevestigd en werd het interklinisch vervoer buiten haar opdracht verboden.
Uitkomst: Amphia en BAS is verboden interklinisch vervoer met ambulances buiten opdracht van RAV Brabant MWN uit te voeren.