Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een ambtshalve opgelegde aanslag successierecht over een verkrijging in 2006. De aanslag was gebaseerd op een nalatenschap waarvan de omvang en verdeling door belanghebbende werden betwist. De inspecteur had de aanslag na bezwaar teruggebracht tot nihil uit coulanceoverwegingen.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende in de fiscale procedure niet de omvang van de nalatenschap kan betwisten en dat er geen procesbelang bestaat omdat het beroep niet kan leiden tot een voordeligere positie dan nihil aanslag. De rechtbank wijst ook het verzoek af om de inspecteur een reprimande te geven wegens de termijn tussen aanslag en vermindering.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W.A.P. van Roij op 12 november 2013.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.