Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig in Frankrijk, had voor 2009 gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige en maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hij stelde dat de navordering onrechtmatig was, dat de uitspraak op bezwaar te laat was gedaan, en dat betalingen aan het College van Zorgverzekeringen verrekend hadden moeten worden met de aanslag.
De rechtbank overwoog dat navordering zonder nieuw feit mogelijk is indien een voorheffing onjuist is verrekend, dat een te late uitspraak op bezwaar geen vernietiging van de aanslag tot gevolg heeft, en dat de navorderingsaanslagen over 2010 en 2011 niet ter beoordeling stonden. De rechtbank stelde vast dat betalingen op grond van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet niet met de inkomstenbelasting kunnen worden verrekend omdat de wet limitatief bepaalt welke voorheffingen verrekenbaar zijn.
Verder werd geoordeeld dat de keuze voor binnenlands belastingplichtige behandeling recht geeft op aftrekposten maar ook betekent dat het wereldinkomen in Nederland wordt belast, met een vermindering voor het niet in Nederland belastbare deel conform het belastingverdrag met Frankrijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2009 wordt ongegrond verklaard.