Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende had in 2005 een onroerende zaak verkocht en daarvoor een herinvesteringsreserve gevormd. In 2008 sloot zij een koopovereenkomst voor een pand, die in december 2008 werd ontbonden met een boetebeding. De termijn voor het benutten van de herinvesteringsreserve werd door de inspecteur verlengd tot 31 december 2009, maar een verzoek tot verdere verlenging tot 2011 werd afgewezen.
In 2011 kocht belanghebbende meerdere onroerende zaken, waaronder het eerder beoogde pand, maar de rechtbank oordeelt dat dit een nieuwe transactie betrof die losstaat van de mislukte aankoop in 2008. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die de aankoop hadden vertraagd binnen de verlengde termijn.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur tijdig had kunnen worden benaderd en de eerdere termijnverlenging niet automatisch een nieuwe verlenging rechtvaardigde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de heffingsrente toe. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de herinvesteringsreserve terecht in de winst van 2009 is opgenomen.