ECLI:NL:RBZUT:2012:BX8121
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkrijgende verjaring en grensvaststelling tussen aangrenzende percelen
In deze civiele zaak stond de verkrijgende verjaring van een strook grond tussen twee aangrenzende percelen centraal. Eisers, sinds 2008 eigenaar van het perceel aan een adres te plaats, vorderden dat de feitelijke grens, zichtbaar door verschillende bestrating en een carport, ook als juridische grens zou worden erkend. De grondruil tussen de rechtsvoorgangers van partijen rond 1980 leidde tot het gebruik van een voorste strook door eisers en een achterste strook door gedaagden.
De rechtbank oordeelde dat de rechtsvoorgangers van eisers zich vanaf circa 1980 ondubbelzinnig als bezitter van de voorste strook hebben gedragen, onder meer door het bestraten van de strook en het planten van een haag. Dit bezit was onafgebroken voortgezet tot na 2000, waarmee de verjaringstermijn van twintig jaar was voltooid. De rechtbank stelde vast dat dit bezit niet slechts houderschap was, mede gelet op de bouw van een carport door de rechtsvoorganger van gedaagden op de achterste strook.
De primaire vorderingen werden toegewezen: de feitelijke grens is tevens de juridische grens en gedaagden werden veroordeeld om de voorste strook ontruimd te houden en ter beschikking te stellen aan eisers. De gevorderde dwangsom werd gematigd en de kosten van het geding werden aan gedaagden opgelegd. De subsidiaire vorderingen werden afgewezen omdat de primaire vorderingen toereikend waren.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de feitelijke grens tevens de juridische grens is en veroordeelt gedaagden tot ontruiming van de voorste strook grond.