ECLI:NL:RBZUT:2012:BX7222
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening bindende eindbeslissing over oplevering en klachtplicht bij aanneming scheepsinterieur
In deze civiele procedure tussen Coöperatieve Rabobank Amersfoort en Omstreken en vier gedaagden, handelend namens bedrijven betrokken bij de bouw en oplevering van twee schepen, heeft de rechtbank Zutphen een eerdere bindende eindbeslissing herzien. Deze eerdere beslissing stelde dat oplevering van het werk door de aannemer had plaatsgevonden en dat Rabobank zich op de klachtplicht van artikel 6:89 BW Pro en 7:758 BW kon beroepen. De rechtbank oordeelt nu dat deze beslissing berust op een onjuiste feitelijke en juridische grondslag.
De rechtbank stelt vast dat er geen concreet moment van oplevering is geweest, geen opleveringslijsten of rapporten zijn opgesteld, en dat de schepen ook na de vermeende opleveringsdata nog werkzaamheden ondergingen. De gesprekken tussen partijen in juni en juli 2009 kunnen niet als oplevering worden aangemerkt. Rabobank heeft onvoldoende onderbouwd wanneer en hoe de oplevering zou hebben plaatsgevonden. Hierdoor wordt aangenomen dat geen oplevering in de zin van artikel 7:758 BW Pro heeft plaatsgevonden.
Daarnaast is de klachtplicht niet van toepassing omdat gedaagden tijdig klachten hebben geuit en onderzoek hebben laten verrichten naar de gebreken. De rechtbank draagt partijen op bewijs te leveren over de overeengekomen kwaliteit van het werk en eventuele concessies daarop, waarna zal worden vastgesteld of het werk aan die eisen voldoet. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en getuigenverhoren.
Uitkomst: De rechtbank herroept de eerdere beslissing dat oplevering had plaatsgevonden en draagt partijen op bewijs te leveren over de overeengekomen kwaliteit en tekortkomingen van het werk.