ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5761
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing toestemmingsvereiste bij borgstelling in leningsovereenkomst en uitleg overeenkomst geldlening
In deze civiele zaak vordert eiseres, Solar Global Invest B.V. (SGI), betaling van een lening verstrekt aan [naam 1 B.V.] en [gedaagde sub 2], waarbij laatstgenoemde zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar had verbonden. De lening diende ter tijdelijke financiering van activiteiten van [naam 1 B.V.] in de zonne-energiesector, waarbij SGI Italia Srl een rol speelde. Gedaagden betwisten de vordering en voeren onder meer aan dat SGI in verzuim is door niet te investeren, dat de lening slechts een voorschot op managementfees betrof en dat de borgstelling vernietigbaar is wegens ontbreken van toestemming van de echtgenote van [gedaagde sub 2].
De rechtbank stelt vast dat de leningsovereenkomst primair tussen SGI en [naam 1 B.V.] is gesloten en dat [gedaagde sub 2] zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar heeft verbonden. De rechtbank oordeelt dat het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro van toepassing is op deze borgstelling, omdat deze niet is verricht in de normale bedrijfsuitoefening van [naam 1 B.V.]. De vereiste toestemming van de echtgenote van [gedaagde sub 2] ontbrak, waardoor de borgstelling vernietigbaar is.
De rechtbank verwerpt het verweer dat SGI in schuldeisersverzuim verkeert en dat de terugbetaling mocht worden opgeschort, omdat onvoldoende is onderbouwd dat SGI een investeringsverplichting had. Ook het beroep op de redelijkheid en billijkheid faalt. De vordering tot betaling wordt toegewezen tegen [naam 1 B.V.], maar afgewezen tegen [gedaagde sub 2], die van zijn verbintenissen is bevrijd. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [naam 1 B.V.] tot betaling van de lening en bevrijdt [gedaagde sub 2] van zijn borgstelling wegens ontbreken van toestemming echtgenote.