ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0486
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Geschil over eigendom en voortzetting van fitnessonderneming tussen echtgenoten
Partijen, gehuwd sinds 1993 onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van goederengemeenschap, leven sinds april 2011 gescheiden. De vrouw kocht in 2009 het fitnesscentrum, maar de man verrichtte ook werkzaamheden en samen schreven zij zich in als vennoten van een vennootschap onder firma in 2010.
Beide partijen vorderen in kort geding dat de ander zich onthoudt van bemoeienis met de onderneming, met afgifte van administratie en sleutels. De vrouw stelt dat zij de eigenaar is en de drijvende kracht, terwijl de man zich beroept op het bestaan van een maatschap en zijn aandeel in de onderneming.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het waarschijnlijk is dat er een maatschap tussen partijen bestaat, gelet op hun gedragingen en samenwerking, ondanks het ontbreken van een schriftelijke maatschapsakte. De vorderingen worden afgewezen omdat het niet mogelijk is om zonder uitkoop de maatschap te beëindigen en het verbod op bemoeienis te rechtvaardigen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van beide partijen af en compenseert de proceskosten.