ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8490
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tj. Gerbranda
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen nieuwe WOZ-beschikking op grond van prematuur bezwaar
Eiseres verzocht op 20 december 2010 om een nieuwe WOZ-beschikking op haar naam voor het belastingjaar 2010 en maakte tegelijkertijd bezwaar tegen de WOZ-waarde die was vastgesteld op de eerdere beschikking, die niet op haar naam stond. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar was ingediend vóórdat de nieuwe beschikking formeel was genomen, hetgeen volgens artikel 6:10 Awb Pro prematuur is.
De rechtbank overwoog dat volgens de Hoge Raad (arrest 12 april 2002) een prematuur bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moet worden tenzij de indiener redelijkerwijs kon menen dat het besluit al tot stand was gekomen. In dit geval was dat niet zo, omdat de nieuwe beschikking op grond van artikel 26 Wet Pro WOZ een zelfstandige beschikking is en niet gelijkgesteld kan worden aan de eerdere beschikking op naam van de vorige belanghebbende.
De rechtbank verwees naar de wetsgeschiedenis van de Wet WOZ, waarin is bepaald dat een nieuwe belanghebbende een eigen beschikking en bezwaarrecht krijgt. Het bestaan van een eerdere beschikking over hetzelfde jaar sluit het bestaan van een nieuwe WOZ-waarde niet uit. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres werd terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur was ingediend.