ECLI:NL:RBZUT:2011:BT6101
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatie- en drank- en horecavergunning wegens ernstig gevaar van strafbare feiten
Verzoeker exploiteert sinds 2000 een eetcafé in Zutphen en heeft een drank- en horecavergunning. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze vergunningen ingetrokken op grond van de Wet Bibob vanwege het ernstig gevaar dat de vergunningen mede zullen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, waaronder Opiumwet- en geweldsdelicten.
De voorzieningenrechter heeft het advies van het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur betrokken bij de beoordeling. Er is vastgesteld dat verzoeker en zijn broers een zakelijk samenwerkingsverband vormen en dat zij in verband kunnen worden gebracht met strafbare feiten. Dit vormt een voldoende grond voor het college om de vergunningen in te trekken.
Verzoeker stelde dat de delicten al bekend waren bij de vergunningverlening en dat de veroordelingen nog niet onherroepelijk waren, maar de rechter oordeelde dat dit geen afbreuk doet aan de rechtmatigheid van het besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, omdat het college de vergunningen in redelijkheid heeft kunnen intrekken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de vergunningen wordt afgewezen.