ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ8972
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tj. Gerbranda
- E.H.T. Rademaker
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeenteraad Zutphen over weigering correctief referendum IJsselsprong
De gemeenteraad van Zutphen had besloten geen correctief raadplegend referendum te houden over het besluit van 18 mei 2009 betreffende de IJsselsprong. Eiseres, een van de initiatiefnemers, stelde dat dit besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat er geen dringende redenen waren om het referendum te weigeren.
De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad een speciale motiveringsplicht heeft bij weigering van een referendum en dat het bestreden besluit niet voldeed aan deze plicht. Argumenten als kosten, vertraging en formulering van vragen werden niet als zwaarwegend erkend. Ook het ontbreken van politieke bereidheid was onvoldoende om het referendum te weigeren.
De rechtbank stelde vast dat het referendumverzoek voldeed aan de formele eisen en dat de gemeenteraad geen geldige dringende redenen had aangevoerd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeenteraad opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het besluit van de gemeenteraad Zutphen om geen correctief referendum te houden over de IJsselsprong is vernietigd wegens onvoldoende motivering.