ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ6257
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Leveringsverplichting woonhuis ondanks voortzetting huurovereenkomst door onderhuurconstructie
Stichting Het Geldersch Landschap (HGL) sloot met eisers een koop- en erfpachtovereenkomst voor een villa die op dat moment verhuurd was. De levering was afhankelijk gesteld van het formeel beëindigen van de huurovereenkomst door de huurder binnen drie maanden na beëindiging.
Na een beleidswijziging van HGL werd de huurovereenkomst niet beëindigd, maar werd op initiatief van HGL een onderhuur gesloten waardoor de oorspronkelijke huurder de woning verliet, maar de huurovereenkomst formeel bleef bestaan. Eisers vorderden levering van de woning en schadevergoeding wegens het niet kunnen betrekken van de woning.
De rechtbank oordeelde dat HGL de levering niet kon weigeren op grond van de voortgezette huurovereenkomst, omdat zij zelf de vervulling van de opschortende voorwaarde had belemmerd door de onderhuurconstructie. De levering moest plaatsvinden, maar alleen in verhuurde staat. HGL werd gehouden tot schadevergoeding wegens het tekortschieten in de leveringsverplichting. De vorderingen tegen de onderhuurders werden afgewezen wegens gebrek aan onrechtmatigheid.
Partijen kregen gelegenheid zich uit te laten over de omvang van de schadevergoeding. De procedurekostenveroordeling uit het kort geding bleef in stand. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Stichting Het Geldersch Landschap is gehouden de villa te leveren in verhuurde staat en dient de schade van eisers te vergoeden wegens het belemmeren van levering in vrije staat.