ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ0124
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid aanslag watersysteemheffing voor landbouwgrond bevestigd
Eiser, een agrariër en eigenaar van landbouwgrond, maakte bezwaar tegen de door het Waterschap Zuiderzeeland opgelegde aanslag watersysteemheffing 2009. Hij stelde dat de indeling van landbouwgrond bij dezelfde categorie als wegen en infrastructuur onredelijk en willekeurig was, en dat de waardebepaling van wegen op basis van vervangingswaarde in strijd was met de wettelijke bepalingen. Tevens voerde hij aan dat de Kostentoedelingsverordening onverbindend was en dat de aanslag onredelijk hoog was.
De rechtbank overwoog dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de indeling van belastingplichtigen en dat de classificatie van landbouwgrond en infrastructuur een objectieve en redelijke rechtvaardiging kent, mede vanwege het belang van de landbouwsector bij watersysteembeheer en haar bijdrage aan diffuse verontreiniging. De afwijking van de waardebepaling op basis van vervangingswaarde in plaats van economische waarde werd geaccepteerd als in lijn met de bedoeling van de wetgever.
Verder stelde de rechtbank vast dat de Kostentoedelingsverordening rechtsgeldig tot stand is gekomen, met de vereiste goedkeuringen en inspraak, en dat de tariefstelling niet willekeurig of onredelijk is. De mogelijkheid tot tariefdifferentiatie ten gunste van landbouwgrond werd door verweerder terecht niet toegepast, omdat geen evident onredelijk tarief was vastgesteld. De door eiser aangevoerde uitlatingen van de Staatssecretaris binden het waterschap niet.
Op grond van deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij de rechtmatigheid van de aanslag watersysteemheffing 2009.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de rechtmatigheid van de aanslag watersysteemheffing 2009 en verklaart het beroep ongegrond.