ECLI:NL:RBZUT:2010:BQ0988
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incassovordering wegens onhoudbare advocaattoewijzing in incasso-overeenkomst
Partijen sloten op 16 juli 2009 een incasso-overeenkomst waarbij BMK Incasso B.V. werd gemachtigd om een vordering te incasseren. BMK stelde dat gedaagde het incassodossier voortijdig had gesloten omdat zij niet met de door BMK aangewezen advocaat wilde samenwerken, en vorderde betaling van gemaakte kosten.
Gedaagde betwistte het sluiten van het incassodossier en stelde dat zij een eigen advocaat mocht inschakelen, wat zij ook deed. De rechtbank oordeelde dat BMK niet had bewezen dat het incassodossier was gesloten en dat het dwingend voorschrijven van een advocaat niet houdbaar is, gelet op de analogie met artikel 4:67 lid 1 van Pro de Wet op het financieel toezicht, die geldt voor rechtsbijstandsverzekeraars.
De rechtbank wees de vordering van BMK af en veroordeelde BMK tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd op 23 februari 2011 uitgesproken door kantonrechter W.C. Haasnoot.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incassovordering af omdat BMK niet dwingend een advocaat kon toewijzen aan gedaagde.