ECLI:NL:RBZUT:2010:BO9622
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en verdeling van maatschap bij echtscheiding met langdurige mediation
Partijen zijn sinds 1993 een maatschap aangegaan en verschillen van mening over het moment van beëindiging. De vrouw stelt dat de maatschap eindigt bij de echtscheiding, de man bij haar vertrek uit de maatschap. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een geldige opzegging en sluit aan bij het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek op 19 oktober 2006, mede vanwege de langdurige mediation en samenhang met huwelijksvoorwaarden.
De rechtbank benadrukt dat de alimentatieplicht en formele echtscheiding later plaatsvinden, maar dat partijen zich feitelijk al eerder gescheiden voelden. De jaarstukken over 2006 worden als uitgangspunt genomen voor de verdeling, waarbij het aandeel van de vrouw wordt aangepast aan de juiste einddatum. De balans dient te worden opgesteld volgens de maatschapsovereenkomst, waarbij partijen kunnen kiezen voor een gezamenlijke accountant of een door de rechtbank aan te wijzen deskundige.
De kosten van de deskundige worden gelijk verdeeld. Verder wordt bepaald dat partijen zich ook kunnen uitlaten over investeringen in de ijssalon, waarvan onduidelijk is of die voor de maatschap of huwelijksafwikkeling relevant zijn. De zaak wordt aangehouden voor nadere akten en verdere beslissingen.
Uitkomst: De maatschap eindigt op 19 oktober 2006 en de balans wordt opgesteld volgens de maatschapsovereenkomst met gelijke kostenverdeling voor de deskundige.