ECLI:NL:RBZUT:2009:BK6493
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake openbaarmaking afzetcontract EVOA-kennisgeving
Verzoekster heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om openbaarmaking van tien bijlagen bij het EVOA-kennisgevingsdocument betreffende grensoverschrijdende afvaloverbrenging. Verweerder heeft besloten om enkele bijlagen niet openbaar te maken, waaronder het afzetcontract tussen de betrokken bedrijven.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de openbaarmaking van het afzetcontract een vergaande maatregel is die tot een onomkeerbare situatie leidt en daarmee feitelijk een definitieve beslissing inhoudt. Daarnaast was niet gebleken van een acute noodzaak tot openbaarmaking die het wachten op de beslissing op bezwaar zou rechtvaardigen.
Ook werd vastgesteld dat geen sprake was van derde-belanghebbenden met een direct belang bij geheimhouding en dat de naam van de cementfabriek reeds openbaar was gemaakt. De voorzieningenrechter gaf aan dat verweerder bij de beslissing op bezwaar expliciet aandacht moet besteden aan de mogelijkheid van een ingekorte versie van het contract zonder vertrouwelijke technische gegevens.
Gelet op deze overwegingen wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot openbaarmaking van het afzetcontract wordt afgewezen.