ECLI:NL:RBZUT:2009:BK3970
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kinderrechter en ondertoezichtstelling minderjarige kinderen bij onbekende verblijfplaats
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Zutphen om vijf minderjarige kinderen onder toezicht te stellen vanwege ernstige bedreigingen in hun ontwikkeling en opvoedingssituatie. De verblijfplaats van de moeder en drie jongste kinderen was onbekend, terwijl de vader en de twee oudste kinderen in Nederland verbleven.
De rechtbank oordeelde dat de rechter geen rechtsmacht heeft voor de drie jongste kinderen omdat hun gewone verblijfplaats niet in Nederland kon worden vastgesteld en de toepasselijke internationale verordeningen en verdragen niet van toepassing zijn. Daarom werd het verzoek voor deze kinderen niet-ontvankelijk verklaard.
Voor de twee oudste kinderen werd het verzoek wel toegewezen omdat hun belangen ernstig werden bedreigd door verwaarlozing en ontoereikende opvoeding. De vader moet de aanwijzingen van de gezinsvoogd opvolgen. De rechtbank weegt mee dat de vader weliswaar hulp van de Somalische gemeenschap wil, maar onvoldoende concrete maatregelen heeft genomen en dat de risico’s voor de kinderen te groot zijn zonder gedwongen kader.
De moeder was niet verschenen en de verblijfplaats van haar en de jongste kinderen bleef onduidelijk. De vader verbleef met de oudste kinderen in Nederland en wilde de problemen met hulp van de Somalische gemeenschap oplossen, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: Verzoek tot ondertoezichtstelling toegewezen voor de twee oudste kinderen en niet-ontvankelijk verklaard voor de drie jongste kinderen wegens onbekende verblijfplaats.