ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ9577
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Van der Hooft
- Prisse
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ernstige procesverzuimen in TomPoes-onderzoek
De rechtbank Zutphen heeft op 7 oktober 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak voortvloeiend uit het TomPoes-onderzoek, gericht op grootschalige handel in softdrugs. De rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van zestien verdachten vanwege een opeenstapeling van ernstige procesverzuimen.
De verdediging stelde dat onder meer sprake was van een opzettelijk foutieve uitwerking van een telefoontap, het niet tijdig vernietigen van geheimhoudersgesprekken, onduidelijkheden over de start van het onderzoek en het achterhouden van het startproces-verbaal. Het openbaar ministerie erkende enkele fouten, maar betwistte dat deze tot niet-ontvankelijkheid moesten leiden.
De rechtbank oordeelde dat de fouten en onduidelijkheden, zoals de onjuiste weergave van een telefoongesprek waarbij 'S400' werd vervangen door 'XTC-handel', het langdurig bewaren van geheimhoudersgesprekken en het niet verstrekken van het startproces-verbaal, ernstige inbreuken vormden op de beginselen van een behoorlijke procesorde en het recht op een eerlijk proces. Hierdoor was de waarheidsvinding in het geding gekomen.
Gelet op deze grove veronachtzaming van de belangen van de verdachten en het recht op een eerlijke behandeling, was de enige passende sanctie de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De rechtbank zag daarom af van verdere behandeling van de zaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens ernstige procesverzuimen en schending van het recht op een eerlijk proces.