ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7845
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tijdelijke ontheffing en schorsing bouwvergunning voor tijdelijk onderwijsgebouw in Doetinchem
De gemeente Doetinchem had een tijdelijke ontheffing verleend voor het bouwrijp maken van een bouwlocatie en een bouwvergunning voor een tijdelijk gebouw voor onderwijs en kinderopvang. Verzoekers stelden beroep en bezwaar in tegen deze besluiten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers als belanghebbenden konden worden aangemerkt, ondanks de afstand tot de bouwlocatie en aanwezige erfafscheiding. De tijdelijke ontheffing was verleend op grond van artikel 3.22 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die een maximale termijn van vijf jaar kent en vereist dat de tijdelijke behoefte na afloop van die termijn vervalt.
Verweerder erkende dat de behoefte aan vier lokalen voor buitenschoolse opvang niet tijdelijk was, waardoor de ontheffing voor het bouwrijp maken niet rechtmatig was. Daarnaast was onvoldoende gemotiveerd dat na vijf jaar geen behoefte meer zou bestaan aan de extra lokalen voor basisonderwijs. Prognoses waren verouderd en onvolledig, en onzekerheden over uitbreiding van nabijgelegen scholen waren niet meegenomen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit tot tijdelijke ontheffing vernietigd voor het bouwrijp maken. De voorlopige voorziening schorste de tijdelijke ontheffing en bouwvergunning voor het oprichten van het tijdelijke gebouw. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De tijdelijke ontheffing voor bouwrijp maken wordt vernietigd en de tijdelijke ontheffing en bouwvergunning voor het tijdelijke gebouw worden geschorst.