ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7088
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige hoofdverblijfplaats van minderjarige kinderen bij oom en tante na overlijden moeder
De moeder en de bijzonder curator verzoeken de rechtbank om te bepalen dat de minderjarige kinderen na het overlijden van de moeder bij haar zuster en diens echtgenoot zullen verblijven, met uitsluiting van het wettelijk vruchtgebruik door de vader, en dat het gezag bij de moeder blijft. De vader verzet zich hiertegen en verzoekt om een omgangsregeling met de kinderen.
De rechtbank verklaart de verzoeken omtrent het testament en het eenhoofdig gezag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. De hoofdverblijfplaats en de zorg- en opvoedingstaken zijn onderwerp van geschil. De minderjarigen geven aan niet bij hun vader te willen wonen en voelen zich thuis bij hun oom en tante.
Gezien de complexe situatie, de negatieve houding van de kinderen tegenover de vader en het belang van rust en stabiliteit, bepaalt de rechtbank voorlopig de hoofdverblijfplaats bij de oom en tante en ontzegt de vader het recht op omgang totdat nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming is afgerond. De behandeling van de verzoeken wordt aangehouden tot de pro forma zitting in december 2009.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt voorlopig de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de oom en tante en ontzegt de vader voorlopig het recht op omgang, met aanhouding van de behandeling tot nader onderzoek.