ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ5155
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot aanvulling feitelijke grondslag verweer en bewijslevering in faillissementszaak potplanten
In deze civiele procedure tussen de curator in faillissement van drie eisers en een besloten vennootschap als gedaagde, heeft de rechtbank Zutphen een verzoek van de gedaagde gehonoreerd om terug te komen op een eerdere bindende eindbeslissing. Deze beslissing was genomen op een kennelijke verrassingsbeslissing die berustte op een onjuiste juridische grondslag, mede door specifieke omstandigheden zoals het verschil in aantallen bomen waarop de overeenkomst betrekking had.
De rechtbank oordeelde dat de gedaagde de feitelijke grondslag van haar verweer mocht aanvullen, met name door bewijs te leveren dat zij de eisers al had geïnformeerd over de vernietiging van bepaalde planten, waardoor een waarschuwing niet meer nodig zou zijn. Tevens werd de curator toegestaan alsnog bewijs te leveren over de aanwezigheid van 19.700 potplanten.
Verder bepaalde de rechtbank dat de gedaagde bewijs mag leveren over de inferieure kwaliteit van het plantgoed en dat zij als partijgetuige mag worden gehoord over het ophalen van palletframes, een spijkermachine en pallets met potten. De zaak werd aangehouden voor verdere bewijslevering en mogelijk deskundigenonderzoek, waarna een eindvonnis zal volgen.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat de gedaagde de feitelijke grondslag van haar verweer aanvult en bewijs levert, en houdt verdere beslissing aan.