ECLI:NL:RBZUT:2008:BH1595

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
9 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
343758 AZ 08-8
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 HnwArt. 6 Hnw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op gebruik identieke handelsnaam door concurrerend eetcafé in Zutphen

Een eetcaféhouder in Zutphen verzocht de kantonrechter om de eigenaren van een concurrerend eetcafé te verbieden dezelfde handelsnaam te gebruiken. De kantonrechter oordeelde dat de handelsnaam niet door de verzoeker aan de verweerders was overgedragen en dat het gelijktijdig voeren van dezelfde naam verwarring bij klanten veroorzaakt.

De kantonrechter wees het primaire verzoek van de verzoeker toe en beval de verweerders om binnen één maand de handelsnaam te wijzigen, waarbij een dwangsom van € 1.000 per dag werd opgelegd bij niet-naleving, met een maximum van € 80.000. Het tegenverzoek van de verweerders werd afgewezen.

Verder werd de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn overige vorderingen, zoals schadevergoeding en rectificatie, omdat de procedure van artikel 6 Hnw Pro hiervoor geen grondslag biedt. De verweerders werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Verweerders worden bevolen de handelsnaam te wijzigen binnen één maand, met dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Kanton – Locatie Zutphen
Zaaknummer : 343758 AZ 08-8
Grosse aan : mr. S. Demirtas
Afschrift aan : mr. C. Simmelink
Verzonden d.d. :
beschikking van de kantonrechter d.d. 9 oktober 2008
op het verzoekschrift van
[verzoeker],
wonende te [adres en plaats],
verzoeker,
gemachtigde: mr. S. Demirtas, advocaat te Nieuwegein,
tegen
1. Vennootschap onder firma [naam], h.o.d.n. [naam] Speelautomaten [naam],
gevestigd te [adres en plaats],
2. [verweerder A],
wonende te [adres en plaats],
3. [verweerder B],
wonende te [adres en plaats],
verweerders,
gemachtigde: mr. C. Simmelink, advocaat te Breukelen,
toevoeging aangevraagd.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en [verweerders] worden genoemd.
1. Het procesverloop
1.1 Het procesverloop blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 augustus 2008
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling ter terechtzitting op 11 september 2008, waarvan aantekening is gehouden door de griffier.
1.2 Ten slotte is bepaald dat heden een beschikking zal worden gegeven.
2. De feiten
2.1 Op 1 augustus 1999 heeft [verzoeker] [eetcafé], gevestigd aan [adres en plaats], overgenomen van [naam].
2.2 Van 1 januari 2003 tot 1 januari 2007 heeft [verweerders] het eetcafé genoemd onder 2.1 geëxploiteerd.
2.3 [verzoeker] heeft per 1 januari 2007 het eetcafé onderverhuurd aan de heren [naam].
2.4 [verweerders] is op 11 maart 2007 te Zutphen een eetcafé begonnen, eveneens onder de handelsnaam [naam].
3. Het geschil
3.1 [verzoeker] verzoekt de kantonrechter primair om [verweerders] te bevelen ingevolge artikel 6 Hnw Pro een wijziging aan te brengen in de door [verweerders] gevoerde handelsnaam, door in ieder geval schrapping van een deel van de handelsnaam, namelijk het woord [naam], eventueel met een suggestie ten aanzien van aanvulling daarvoor, zodat de onrechtmatigheid wordt opgeheven. Het primaire verzoek gaat gepaard met enkele nevenvorderingen. [verzoeker] heeft ter onderbouwing van zijn verzoek gesteld dat [verweerders] ingevolge artikel 5 van Pro de Handelsnaamwet (hierna: Hnw) in overtreding is. Doordat [verweerders] dezelfde handelsnaam voert als [verzoeker], wordt er verwarring gezaaid bij vaste- en toekomstige klanten. [verzoeker], en daarmee zijn [onderhuurders], leiden hierdoor schade. Subsidiair verzoekt [verzoeker] veroordeling van [verweerders] tot betaling van een voorschot op de primair gevorderde bedragen.
3.2 [verweerders] stelt dat zij in de periode dat zij het eetcafé op [adres] exploiteerde, de inboedel en inventaris van [verzoeker] heeft gehuurd. De naam [naam] heeft [verzoeker] echter aan haar overgedragen. Zij voert de handelsnaam al sinds januari 2003 en mocht derhalve de naam bij het beëindigen van de (onder)huurovereenkomst met [verzoeker] meenemen. Dit alles blijkt volgens [verweerders] enkel uit punt 9 van het ter zitting overgelegde afschrift van het Handelsregister. In hun verweerschrift doet [verweerders] tevens een zelfstandig verzoek aan de kantonrechter om [verzoeker] te bevelen ingevolge artikel 6 Hnw Pro een wijziging in de handelsnaam van [verzoeker] aan te brengen, zodat de onrechtmatigheid wordt opgeheven. [verzoeker] betwist dat de handelsnaam door hem aan [verweerders] is overgedragen. Er is geen schriftelijke overeenkomst, noch zijn er getuigen die een mondelinge overeenkomst tot naamsoverdracht kunnen bevestigen. De enkele inschrijving in het Handelsregister is volgens [verzoeker] onvoldoende om naamsoverdracht te doen bewijzen.
3.3 Op de stellingen van partijen zal hierna – voor zover van belang – nader worden ingegaan.
4. De beoordeling op het verzoekschrift en het zelfstandig (tegen)verzoek
4.1 De kantonrechter stelt vast dat partijen het er over eens zijn dat zij niet beiden de handelsnaam [naam] kunnen voeren, wegens te duchten verwarringsgevaar. Partijen zijn het er tevens over eens dat [verzoeker], al voordat [verweerders] het eetcafé op [adres] gingen exploiteren, de handelsnaam [naam] voerde. De vraag die nu beantwoord dient te worden is of de handelsnaam op enig moment door [verzoeker] aan [verweerders] is overgedragen.
4.2 De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat [verweerders], los van de (onder)huurovereenkomst, de handelsnaam [naam] van [verzoeker] overgedragen heeft gekregen. De kantonrechter is van oordeel dat de enkele vermelding van [verweerders] in het Handelsregister onvoldoende is om de naamsoverdracht te bewijzen, zeker niet nu [verweerders] zelf ter zitting heeft verklaard dat er verder geen overeenkomst op schrift is gesteld en dat zij geen koopsom heeft hoeven betalen met betrekking tot de gestelde naamsoverdracht.
4.3 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, namelijk dat de handelsnaam [naam] niet door [verzoeker] op [verweerders] is overgedragen, in samenhang met de te duchten naamsverwarring, komt het primaire verzoek van [verzoeker] voor toewijzing in aanmerking. De kantonrechter zal een wijziging in de door [verweerders] gevoerde handelsnaam bevelen als nader omschreven, binnen één maand na betekening van deze beschikking. De kantonrechter ziet voorts aanleiding om een dwangsom op te leggen, met dien verstande dat deze zal worden gematigd tot € 1.000,-- per dag of deel daarvan dat [verweerders] in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen, met een maximum van € 80.000,--.
4.4 De kantonrechter acht [verzoeker] voor het overig door hem verzochte niet-ontvankelijk, nu de procedure van artikel 6 Hnw Pro geen grondslag biedt voor een schadevergoeding, voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten en nevenvorderingen zoals rectificatie.
4.6 De kantonrechter wijst, voor zover er in deze procedure plaats is voor een zelfstandig tegenverzoek, het zelfstandig (tegen)verzoek van [verweerders] af met verwijzing naar hetgeen is overwogen in rechtsoverwegingen 4.2 en 4.3.
4.7 [verweerders] dient als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij de kosten van de procedure te dragen.
5. De beslissing
De kantonrechter,
op het verzoek van [verzoeker]:
5.1 beveelt [verweerders] om de handelsnaam zodanig te wijzigen, dat daarin niet voorkomt het woord [naam] en beveelt dat [verweerders] voormelde wijziging dient aan te brengen binnen één maand na betekening van deze beschikking, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag voor elke dag dat [verweerders] in gebreke blijft om aan deze beschikking te voldoen, met een maximum van € 80.000,--,
5.2 veroordeelt [verweerders] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [verzoeker] tot de uitspraak begroot op € 788,--, waaronder een bedrag van € 500,-- als salaris gemachtigde,
5.3 verklaart deze veroordeling tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4 verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn overige verzoeken,
op het tegenverzoek van [verweerders]:
5.5 wijst het verzoek af,
5.6 veroordeelt [verweerders] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [verzoeker] tot de uitspraak begroot op nihil,
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Haasnoot, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2008.