ECLI:NL:RBZUT:2008:BC3863
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Prisse
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ernstige overschrijding redelijke termijn in D'n Anwas-affaire
De rechtbank Zutphen heeft op 5 februari 2008 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte in de D'n Anwas-affaire, waarin het openbaar ministerie werd verklaard niet-ontvankelijk wegens een ernstige overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De zaak betreft strafbare feiten uit de periode 1995 tot 1998, waaronder het zonder vergunning vragen en verkrijgen van gelden voor een beleggingsinstelling, valsheid in geschrifte en oplichting door listige kunstgrepen. Het gerechtelijk vooronderzoek startte in mei 2000 en duurde bijna vier jaar, met langdurige inactiviteitsperioden en vertragingen, mede veroorzaakt door late beschikbaarheid van bewijsmateriaal.
De vervolging werd pas in november 2007 voortgezet met dagvaarding, ruim zeven jaar na de eerste doorzoekingen. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn in zeer ernstige mate was overschreden, waarbij het belang van verdachte bij een tijdige berechting zwaarder woog dan het belang van de maatschappij bij vervolging.
Daarom werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte. De rechtbank benadrukte dat de vertragingen grotendeels vermijdbaar waren en dat de zaak inmiddels oud en de maatschappelijke beroering rondom de feiten grotendeels verdwenen was.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn.