ECLI:NL:RBZUT:2008:BC3859
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- Prisse
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ernstige overschrijding redelijke termijn in D'n Anwas-affaire
De rechtbank Zutphen behandelde de strafzaak betreffende verdachte in de D'n Anwas-affaire, waarin meerdere strafbare feiten uit de periode 1995-1998 werden onderzocht. Het onderzoek betrof onder meer valsheid in geschrifte, verduistering, belastingfraude en oplichting in samenhang met beleggingsinstellingen en bankactiviteiten.
Het gerechtelijk vooronderzoek begon in mei 2000 en duurde bijna vier jaar, met 32 verhoren. Na sluiting van het onderzoek volgde een langdurige periode zonder vervolgingsdaden, mede door een langdurig en vertraagd schikkingstraject. De rechtbank stelde vast dat tussen de start van de redelijke termijn in mei 2000 en de dagvaarding of eerste zitting ruim zeven jaar was verstreken.
De verdediging voerde het preliminaire verweer dat deze overschrijding van de redelijke termijn zodanig ernstig was dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard moest worden. De rechtbank oordeelde dat ondanks enkele vertragende factoren de totale duur onredelijk was en dat de belangen van verdachte zwaar wogen. De maatschappelijke achtergrond en de aard van de ten laste gelegde feiten versterkten de noodzaak van bescherming van verdachte.
De rechtbank concludeerde dat de redelijke termijn in zeer ernstige mate was overschreden en dat de uitzonderlijke sanctie van niet-ontvankelijkverklaring passend was. Het vonnis verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
De uitspraak werd gewezen door de rechters Van Harreveld, Prisse en Gilhuis op 5 februari 2008.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn.