ECLI:NL:RBZUT:2007:BB0505
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huur van woonruimte van korte duur wegens bodemverontreiniging na koopovereenkomst
Partijen sloten een koopovereenkomst voor een woonhuis met winkel en ondergrond. Na de koop, maar vóór transport, ontstond twijfel over mogelijke bodemverontreiniging. Partijen sloten daarop een aanvullende overeenkomst waarbij de koper het pand huurde totdat duidelijkheid over de bodemverontreiniging zou zijn verkregen.
De provincie Gelderland stelde vast dat sprake was van ernstige maar niet spoedeisende bodemverontreiniging, waarbij sanering niet noodzakelijk was tenzij bij bouwactiviteiten. De koper ontbond later de koopovereenkomst en vorderde terugbetaling van de waarborgsom.
De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst van 30 juli 2005 een tijdelijke tussenoplossing was, gericht op de periode van onzekerheid over de bodemverontreiniging. De duur van de huur, hoewel inmiddels twee jaar, doet niet af aan het karakter van korte duur. De huurovereenkomst is niet bedoeld voor onbepaalde tijd.
De primaire vordering van de verkoper werd toegewezen en de koper werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het gebruik door de huurder van de woning is huur van korte duur en de huurder is veroordeeld in de proceskosten.