ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ4984
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J.J.M. Weyers
- L.J.P. Lambooij
- N.K. van den Dungen-Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens illegale tewerkstelling zonder vergunning
De vennootschap onder firma Kota Radja werd door de Arbeidsinspectie op 3 maart 2005 betrapt op het laten werken van twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, wat in strijd is met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verweerder legde daarom een boete van €16.000,- op. Kota Radja maakte bezwaar tegen deze boete en voerde aan dat de vreemdelingen geen arbeid verrichtten maar alleen voor zichzelf een maaltijd bereidden.
De rechtbank stelde vast dat de vreemdelingen wel degelijk arbeid verrichtten, onder meer op basis van verklaringen van de Arbeidsinspectie en de betrokken vreemdelingen zelf. De stelling dat zij slechts voor zichzelf bezig waren, werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat het verhoor van de vennoot rechtsgeldig was, ondanks het ontbreken van een tolk.
De rechtbank oordeelde dat de boeteoplegging een discretionaire bevoegdheid van verweerder is en dat de boete een punitief karakter heeft, waardoor toetsing aan artikel 6 EVRM Pro vereist is. De hoogte van de boete werd als proportioneel beoordeeld, mede gelet op het doel van de wetgever om illegale tewerkstelling hard aan te pakken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de boete van €16.000,- wegens illegale tewerkstelling.