ECLI:NL:RBZUT:2006:AV8716
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Krijger
- Borgerhoff Mulder
- Hemrica
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf voor seksueel misbruik stiefdochter
De rechtbank Zutphen heeft op 5 april 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van zijn minderjarige stiefdochter in de periode van januari tot april 1997. De tenlastelegging betrof het plegen van ontuchtige handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer, die destijds tussen de twaalf en zestien jaar oud was.
Het slachtoffer deed in augustus 2003 aangifte van het misbruik, waarbij zij aangaf op de hoogte gehouden te willen worden van de strafzaak. De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar, mede door consistentie en bevestiging door derden, ondanks de ingewikkelde gezinssituatie en de vertraging in het doen van aangifte.
De rechtbank oordeelde dat het klachtvereiste uit de toenmalige wetgeving van toepassing was, maar dat het ontbreken van een expliciet verzoek tot vervolging niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie leidde. De verdachte werd bewezen verklaard schuldig aan de ten laste gelegde feiten en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan de uitvoering werd voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaar, en een werkstraf van 100 uur.
Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €2.609,- aan het slachtoffer, met een gelijktijdige verplichting tot betaling aan de Staat. Bij niet-nakoming kan vervangende hechtenis van 52 dagen worden opgelegd. De strafmodaliteiten hielden rekening met de ernst van het misbruik, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het feit dat het misbruik na enige tijd stopte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 100 uur werkstraf wegens seksueel misbruik van minderjarige stiefdochter.