ECLI:NL:RBZUT:2005:AU3810

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
5 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
06-0604540-04
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Elders
  • Van der Hooft
  • Draisma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in Apeldoornse ontuchtzaak wegens gebrek aan wettig bewijs

De rechtbank Zutphen behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met drie minderjarige slachtoffers in Apeldoorn over verschillende perioden tussen 1982 en 2004. De tenlasteleggingen betroffen onder meer het seksueel binnendringen met vingers en het betasten van de slachtoffers, die allen minderjarig waren ten tijde van de vermeende feiten.

De aangiftes werden gedaan door de moeders van de betrokken minderjarigen en vertoonden onderling inconsistenties en tegenstrijdigheden, mede door de onderlinge animositeit tussen aangeefsters en verdachte. De minderjarige slachtoffers werden gehoord in kindvriendelijke omgevingen, waarbij video-opnames werden gemaakt. Deskundige drs. Van der Sleen onderzocht de kwaliteit van deze verhoren en concludeerde dat de verklaringen onvoldoende betrouwbaar waren, mede door mogelijke beïnvloeding voorafgaand aan de verhoren en actieve betrokkenheid van aangeefsters tijdens de verhoren.

De rechtbank overwoog dat het bewijs onvoldoende wettig en overtuigend was om verdachte te veroordelen. De verhoren van de minderjarigen waren niet optimaal en de aangiftes waren inconsistent. Ook de enkele auditu getuigenverklaring was onvoldoende. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard, aangezien geen bewezen feiten ten grondslag lagen aan hun claims.

Op grond van deze overwegingen sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Mr. Draisma was niet in staat het vonnis mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarigen.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Meervoudige kamer voor strafzaken
uitspraak d.d.: 5 oktober 2005
tegenspraak / dip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [plaats],
wonende te [postcode, adres]
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting
van 21 september 2005.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2002
tot en met 1 mei 2004 in de gemeente Apeldoorn, met [slachtoffer 1]
(geboren op [geboortedatum ]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had
bereikt, meermalen, althans éénmaal één of meer handeling(en) heeft gepleegd,
die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende
verdachte (telkens) één of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht/geduwd;
ALTHANS, dat
zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2002
tot en met 1 mei 2004 in de gemeente Apeldoorn meermalen, althans éénmaal
ontucht heeft gepleegd met de aan haar zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid
toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] (dochter van [moeder]), geboren op [geboortedatum ], immers heeft zij meermalen, althans
éénmaal, (telkens) opzettelijk ontuchtig het geslachtsdeel, althans het
lichaam, van die [slachtoffer 1] betast en/of haar, verdachtes, vagina
laten betasten door die [slachtoffer 1];
2.
zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004
tot en met 1 juni 2004 in de gemeente Apeldoorn meermalen, althans éénmaal
ontucht heeft gepleegd met de aan haar zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid
toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] (zoon van [moeder slachtoffer 2]), geboren op [geboortedatum], immers heeft zij meermalen,
althans éénmaal, (telkens) opzettelijk ontuchtig het geslachtsdeel, althans
het lichaam, van die [slachtoffer 2] betast en/of haar, verdachtes,
vagina laten betasten door die [slachtoffer 2];
3.
zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september
1982 tot en met 15 november 1990 in de gemeente Apeldoorn meermalen, althans
éénmaal, ontucht heeft gepleegd met haar minderjarig kind, [slachtoffer 3],
geboren op [geboortedatum], bestaande die ontucht hierin dat zij, verdachte,
(telkens)
- één of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3] heeft
gebracht/geduwd en/of
- het geslachtsdeel, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3] heeft
betast en/of
- [slachtoffer 3] met haar vagina, op haar, verdachtes, vagina heeft laten
zitten en/of die [slachtoffer 3] (vervolgens) heeft laten heen en weer
bewegen en/of
- haar, verdachtes, vagina laten betasten door die [slachtoffer 3];
ALTHANS, dat
zij in op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01
september 1982 tot en met 15 november 1990 in de gemeente Apeldoorn, met
[slachtoffer 3] e.v. [naam], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet
had bereikt, buiten echt, meermalen, althans éénmaal, ontuchtige handeling(en)
heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens)
- één of meer vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3]
brengen/duwen en/of
- het geslachtsdeel, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3] betasten
en/of
- laten zitten van [slachtoffer 3] met haar vagina op haar, verdachtes,
vagina en/of die [slachtoffer 3] (daarbij) heen en weer laten bewegen en/of
- haar, verdachtes, vagina laten betasten door die [slachtoffer 3].
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.
Met betrekking tot de ten laste gelegde feiten 1 en 2 zijn aangiftes in het dossier opgenomen die zijn gedaan door de respectieve moeders van de betrokken minderjarigen [slachtoffers 1 en 2].
Uit de aangiftes blijkt, dat tussen de aangeefsters contact is geweest en onderling beraad over de verdenking die zij jegens hun moeder hadden, zelfs waar een van de minderjarigen bij aanwezig is geweest.
De aangiftes zelf zijn op onderdelen inconsistent en tegenstrijdig voor wat betreft de chronologie van geschetste voorvallen.
Uit de aangiftes blijkt, dat tussen de aangeefsters en verdachte van de kant van aangeefsters grote animositeit bestond ten tijde van het doen van de aangiftes.
De minderjarige kinderen zijn gehoord in een kindvriendelijke studio, dan wel op een politiebureau in een daarvoor geschikte kamer. Van de verhoren zijn video-opnames gemaakt en verslagen opgemaakt. [slachtoffer 1] is één keer gehoord, [slachtoffer 2] drie keer.
Door deskundige drs. Van der Sleen is een oordeel uitgebracht over de kwaliteit van de verhoren van de minderjarigen en is onderzoek gedaan naar ondersteuning van alternatieve scenario’s inzake het vermoeden van sexueel misbruik van de betrokken minderjarige kinderen.
Met betrekking tot het verhoor van de minderjarige [slachtoffer 1] concludeert de deskundige dat wat [slachtoffer 1] vertelt over handelingen grotendeels het scenario ondersteunt dat zij sexueel is misbruikt. De deskundige constateert daarbij, dat de vraagstelling niet steeds optimaal is geweest.
Daarnaast constateert de deskundige, dat onvoldoende is onderzocht of voorafgaande aan het studioverhoor van [slachtoffer 1] haar verhaal over sexueel misbruik door beïnvloeding is ontstaan. De rechtbank overweegt hierbij dat niet kan worden uitgesloten dat van beïnvloeding voorafgaande aan het studioverhoor sprake is geweest.
Op grond van het bovenstaande, in samenhang bezien met de inhoud van de aangifte en met de achtergrond waartegen aangifte is gedaan, heeft de rechtbank niet de volle overtuiging bekomen dat dit feit door verdachte is gepleegd, zodat vrijspraak dient te volgen.
Met betrekking tot de verhoren van de minderjarige [slachtoffer 2] concludeert de deskundige dat de ondersteuning van het scenario dat [slachtoffer 2] sexueel misbruikt is door verdachte erg mager is. De kwaliteit van de verhoren is niet goed. De aangeefster is bij twee van de verhoren aanwezig en bemoeit zich actief met de verhoren in plaats van zich afzijdig te houden, zoals de instructie was.
De video-opname van het tweede verhoor laat zien, dat tijdens het verhoor [slachtoffer 2] alleen wordt gelaten met aangeefster die hem onderricht over wat de begrippen “per ongeluk” en “expres” inhouden. Na terugkeer van verhoorster hervat deze het verhoor met het voorhouden van genoemde begrippen aan [slachtoffer 2]. In de verslaglegging van dit verhoor ontbreekt overigens de vermelding van dit tijdens het verhoor alleen laten van [slachtoffer 2] en de aangeefster en haar wel zeer actieve betrokkenheid bij dat deel van het verhoor.
Met de deskundige is de rechtbank van oordeel dat de spontane verklaring van [slachtoffer 2] in het derde verhoor weinig waarde kan worden toegedicht, door alles wat voorafgaande heeft plaatsgevonden.
Op grond van het bovenstaande, in samenhang bezien met hetgeen hiervoor is overwogen over de inhoud van de aangifte en de achtergrond waartegen deze is gedaan, komt de rechtbank tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het feit heeft gepleegd, zodat vrijspraak moet volgen.
Met betrekking tot feit 3 overweegt de rechtbank dat de enkele aangifte ondersteund door een de auditu getuigenverklaring, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs oplevert, zodat ook hier vrijspraak moet volgen.
Vordering tot schadevergoeding
De benadeelde partij [voorletters] [naam] heeft zich met een vordering tot schade-vergoeding
ten bedrage van € 4.000,-- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van
het onder 1 ten laste gelegde.
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schade-vergoeding
ten bedrage van € 2.000,-- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.
De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich met een vordering tot schade-vergoeding ten bedrage van € 650,-- gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het
onder 3 ten laste gelegde.
Deze benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu deze vorderingen geen betrekking hebben op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partijen derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2, 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de vorderingen van de benadeelde partijen [voorletters] [naam], [slachtoffer 2] en
[slachtoffer 3], niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door mr. Elders, voorzitter, mrs. Van der Hooft en Draisma, rechters,
in tegenwoordigheid van Wiering, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting
van 5 oktober 2005.
Mr. Draisma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.