ECLI:NL:RBZUT:2005:AT8951
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Eiseres was sinds 1976 in dienst bij een bedrijf en haar dienstverband werd op verzoek van de werkgever ontbonden wegens gewijzigde omstandigheden. Na het einde van haar dienstverband vroeg zij een WW-uitkering aan, die aanvankelijk werd afgewezen vanwege loonbetaling over de fictieve opzegtermijn. Later werden voorschotten toegekend, maar het UWV weigerde definitief de uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, gebaseerd op een advies van het CWI dat oordeelde dat eiseres in strijd met het anciënniteitsbeginsel was ontslagen.
Eiseres stelde dat zij een niet-uitwisselbare functie vervulde en dat er geen redelijke kans was op behoud van haar dienstverband bij de kantonrechter. De rechtbank oordeelde dat het UWV zich onvoldoende zelfstandig had verdiept in de feiten en dat de bewijslast voor verwijtbare werkloosheid bij het UWV lag. Het enkele feit dat het CWI geen toestemming gaf voor ontslag op grond van het anciënniteitsbeginsel, betekent niet automatisch dat er een redelijke kans op behoud was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding en beval het UWV om opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV moet opnieuw op het bezwaar beslissen.